Er was niets bijzonders aan dat moment. Vrijdagavond, net voor het slapen, nog één laatste blik op Instagram uit gewoonte.
Een automatische beweging die ik zó vaak had gemaakt dat ik het niet eens meer opmerkte. Tot ik mezelf ineens hoorde denken: morgen niet.
Ik besloot het weekend offline te gaan. Geen Instagram, geen TikTok, geen oneindige stroom van beelden, meningen en prikkels. Alleen WhatsApp, voor het geval er écht iets dringends zou zijn. (Al wist ik diep vanbinnen: slaat nergens op, dan zou ik gebeld worden)
De eerste uren waren vreemd. Ik betrapte mezelf erop dat ik meerdere keren mijn telefoon wilde pakken, alsof mijn hand sneller dacht dan mijn hoofd. Maar telkens op tijd stopte ik en dat moment van bewustwording voelde als winst.
Er kwam iets in de plaats: extra tijd. Ik keek een mooie serie écht af, zonder dat extra scherm. Ik maakte een lange wandeling door Santa Eulària langs een prachtige rivier. Ik ging het bos in, terwijl Tijgert vrij over het pad rende. Ik dronk een chai latte bij mijn favoriete tentje in de zon, zonder haast, lezend in mijn journal.
En ik voelde: stilte is geen leegte. Het is ruimte. Ruimte om te ademen. Ruimte om te zien wat er al is.
Ruimte om gewoon te zijn zonder vergelijking, zonder input, zonder bewijsdrang.
Wat me het meest raakte, was de rust in mijn hoofd. Het besef dat ik niets miste, behalve de tijd die ik normaal weggeef aan iets wat me niets teruggeeft.
Dus dit weekend doe ik het opnieuw. Nog een keer offline. Niet als experiment, maar als oefening in aanwezigheid. Wie weet welke kleine openbaringen ik dan weer vind misschien een nieuw idee, of gewoon dat simpele geluk van niets hoeven. “Disconnect to reconnect.”